Voeding: De Mythes, de Wetenschap en het gezonde verstand.

Doel: Creëren van duidelijkheid in de wereld van de voeding en voedingsadviezen. Er zijn vele visies en stromingen die vaak sterk verschillen met de standaard aanbevelingen. Deze nascholing is bedoeld om meer duidelijkheid te creëren en de osteopaat te helpen om met de patiënt mee te kunnen denken over het, op een verantwoorde wijze, aanpassen van de voedingsleefstijl.

Methode: Hoor- en  werkcollege met aandacht voor vragen uit de praktijk.

Docenten: Erik Schut, Klinisch Psycho-Neuro-Immunoloog, fysiotherapeut (niet praktiserend), acupuncturist, orthomoleculair kPNI therapeut. Patrick Rodrigus, Arts osteopaat.

In deze nascholing komen de volgende punten aan de orde:
• kennismaken met de verschillende visies op voeding en de lopende discussies
• opfrissen fysiologie spijsvertering en metabolisme
• de diverse voedingspatronen herkennen en de patiënt hierin stimuleren of bijsturen.
• creëren van meer bewustzijn over belang optimale voeding, de patiënt zelf zo goed als mogelijk begeleiden of verwijzen/samenwerken met FM of kPNI arts/therapeut om patiënt verder te begeleiden.

Inleiding
Voeding is belangrijk voor onze gezondheid. Daar houdt de consensus wel zo’n beetje op. Over wat nu precies gezonde voeding is zijn de meningen behoorlijk verdeeld.

Het gebrek aan een goed wetenschappelijk onderbouwt paradigma heeft geleid tot een groot aantal ideeën, visies, diëten, hypes en goeroes. Voor de gemiddelde patiënt en ook therapeut is het wel heel moeilijk geworden om door de bomen het bos nog te zien.

Deze nascholing is bedoeld om helderheid te scheppen zodat de osteopaat met de patiënt mee kan denken, daar waar mogelijk kan adviseren, of doorverwijzen naar een specialist.

Leefstijlgeneeskunde is Evolutiegeneeskunde
70% van alle klachten worden veroorzaakt door onze leefstijl. Dit wetende moet dus 70% van de ziekte last te voorkomen zijn, 70 % van de kosten in de gezondheidszorg kunnen bezuinigd worden, 70% van alle ziekenhuizen, praktijken die klachten behandelen kunnen gesloten worden. Alle praktijken die zich bezighouden met preventie door leefstijl veranderingen zullen enorm groeien. Echter het omgekeerde is waar. We weten dat leefstijl en leefomgeving belangrijk zijn maar het lukt niet om dat echt te veranderen. Waarom niet?? 

Een paar mogelijke redenen;
• Omdat het moeilijk is en een inspanning vraagt van de patiënt
• Omdat systemen niet makkelijk te veranderen zijn
• Omdat mensen van nature luie vreetzakken zijn, wat een overlevingsmechanisme is geweest in tijden waarin voeding schaars was en we veel energie moesten gebruiken om aan voeding te komen wat betekend dat als er dan voeding was we daar zoveel mogelijk van moesten eten om daarna zo veel mogelijk tijd op onze rug door te brengen om zuinig met de opgedane energie om te gaan
• Omdat economische en politieke belangen voor gaan op onze gezondheid
• Omdat mensen gewoontedieren zijn en niet graag willen veranderen
• Omdat we geen idee hebben wat nu precies een gezonde leefstijl is, wat gezonde voeding is, wat normale gezonde beweging is, wat de beste manier is om met stress om te gaan en we dat vaak ook niet willen weten.                                                      

Vele redenen die samen verklaren waarom het maar niet of heel moeilijk lukt om via onze leefstijl gezonder te worden. Moeten we het daarom niet meer proberen, en er geen energie meer in steken. Nee. Er is ook voorzichtig goed nieuws. Steeds meer mensen worden zich bewust van de relatie tussen voeding, beweging, stress en gezondheid, het gaat langzaam maar toch. In 2014 is er voor het eerst een afname van frisdrank consumptie, er wordt 10% minder brood gegeten en er wordt steeds meer gesport.

De vraag blijft open wat nu een gezonde leefstijl is. Een antwoord wordt geformuleerd door de evolutiegeneeskunde. Wat betreft voeding was een artikel van Frits Muskiet een eye opener. De evolutionaire benadering is heel geschikt als paradigma. En een goed paradigma is precies wat we binnen de voedingswetenschap ( en ook binnen de geneeskunde ) nodig hebben.

Alles wat we over voeding en andere leefstijlfactoren gaan zeggen wordt langs de evolutionaire meetlat gelegd.

Voeding: De Mythes
Zoals al eerder gezegd is, ontbreekt het binnen de voedingswetenschap aan een duidelijk wetenschappelijke visie. Dit creëert de ruimte voor veel wilde ideeën die als ze maar vaak genoeg herhaald worden de status van de waarheid krijgen en zo leiden tot de vele Mythes die er zijn over voeding. Op zich is er niets mis met Mythes maar als ze als wetenschappelijk waarheid worden gezien kunnen er problemen ontstaan.

Een paar van de meest gehoorde Mythes zijn:
•  het ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag (als je honger hebt is een ontbijt prima maar ga nu alsjeblief niet eten als je daar geen trek in hebt)
•  je moet minstens 6 keer per dag iets eten om je bloedsuikerspiegel op peil te houden (en lekker diabeet te worden??)
•  van vet eten wordt je vet (nee je bent gemaakt van vet dus heb je het nodig, vetopslag komt door te veel koolhydraten!)
•  elk pondje gaat door het mondje (maar wat komt er uit je… en wat verbruik je?)
•  na 20:00 uur verteer je je eten niet meer (dus dan komt er een gehele onverteerde maaltijd in het toilet te liggen de volgende dag??)
•  twee ons groente en twee stuks fruit zijn voldoende om de behoefte aan vitamines en mineralen af te dekken (het zijn de minimale behoeftes maar bij stress, ziekte of toxines kan de behoefte veel groter zijn)
•  zes boterhammen per dag zijn nodig voor voldoende vezels (maar meer zit er van nature dan ook niet in)
•  melk is goed voor elk (kalf, maar niet geschikt voor menselijke consumptie en zeker niet noodzakelijk)

Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Een belangrijke denkfout is dat we er van uit gaan dat iedereen hetzelfde is en de zelfde behoeftes heeft maar zeker als er gezondheidsproblemen zijn kunnen er grote individuele verschilleen zijn en daar dient rekening mee gehouden te worden.

Tot zover de Mythes nu.

Voeding: De Wetenschap
Wat is de betekenis van de wetenschap in de huidige tijd waarin zoals de Griekse statisticus John Ioannidis beweert 90% van alle wetenschappelijke artikelen niet betrouwbaar zijn. Zeker als het over voeding gaat kun je in wetenschappelijke artikelen bewijs vinden voor elke bewering die je kunt bedenken. Zo is wijn dan weer goed dan weer slecht, krijg je van koffie van alles en nog wat maar beschermt het tegen Alzheimer en leverkanker en je gelooft het niet er is zelfs een artikel op PubMed te vinden wat aantoont dat stoppen met roken ongezond is. Dus wat hebben we aan de wetenschap; in algemene zin niet zo veel.

Wat er moet gebeuren is dat de wetenschappelijke methode gebruikt gaat worden. Wat is die methode? Ten eerste is er een paradigma dat is ontstaan op basis van overtuigende argumenten en vervolgens wordt dat paradigma bevraagd en verdedigd totdat er overtuigend bewijs is om het paradigma bij te stellen. Maar er moet wel een paradigma zijn om mee te beginnen.

Niets binnen de biologie is te begrijpen zonder de evolutietheorie (Thedosius Dobzhansky). Niets binnen de geneeskunde is te begrijpen zonder kennis van de biologie (Frits Muskiet).

Dus ook de relatie tussen voeding en gezondheid of anders geformuleerd: wat is gezonde normale voeding voor de species Homo Sapiens?, moet met een biologische, evolutionaire bril bekeken worden. We komen hier later op terug.

Voeding: Het gezonde verstand
Zolang de wetenschap geen uitsluitsel geeft zullen we met ons gezonde verstand moeten kijken naar onze voeding.

Er is geen absoluut goed dieet of voedingspatroon. Er zijn vele manieren om met de voeding om te gaan en het belangrijkste is dat we in de praktijk kijken naar de behoefte van de patiënt. En er zijn verschillende invalshoeken die we nader gaan toelichten.

Voor nu vast een overzicht:
• voeding moet voldoende eiwitten en vetten bevatten (koolhydraten zijn minder belangrijk)
• er moeten voldoende minerale, vitaminen, spoorelementen en andere micronutriënten aanwezig zijn. Bedenk dat de behoefte hieraan sterk per persoon en situatie verschilt en dat de aanbevelingen uitgaan van de minimale dagelijkse hoeveelheden.
• storende elementen in kaart brengen, gluten lactose lectines etc. Ook hier zijn veel individuele verschillen.
• voeding als medicijn. Bv laag koolhydraat bij diabetes, of ketogeen bij epilepsie of sommige vormen van kanker of een auto-immuun dieet, gluten en caseine vrij bij ADHD of het FODMAP dieet bij IBS
Er zijn ook verschillende populaire diëten die afhankelijk van de situatie al dan niet zinvol zijn. De belangrijkste worden besproken zodat er voldoende kennis is om de patiënt hierin verder te adviseren.

De belangrijkste zijn:
• Paleodieet en varianten
• Broodbuik
• Grainbrain
• Voedselzandloper
• New Atkins
• Dr Frankdieet
• kPNI dieet
• Wahls protocol
• Gaps diet
• Fodmap dieet

Fysiologie van de voeding, spijsvertering en metabolisme en invloed van voeding op de fysiologie
De gehele fysiologie staat in dienst van de homeostase. Het vermogen de homeostase te bewaken wordt allostase genoemd. De allostatische systemen zorgen ervoor dat de homeostase, het fysiologische evenwicht bewaakt wordt in een omgeving die steeds veranderd en het evenwicht dreigt te verstoren.

Allostatische systemen hebben energie nodig die voor een groot deel uit onze voeding afkomstig is. Naast energie bevat voeding bouwstoffen voor het lichaam zoals vetzuren, aminozuren en mineralen en vitaminen.

Om energie en bouwstoffen uit de voeding te halen is een verteringsproces nodig. Dit begint in de mond waar amylase zetmeel afbreekt, vervolgens via de maag waar het maagzuur vooral de eiwitten voor verteert en vervolgens in de duodenum en dunne darm waar spijsverteringsenzymen en gal voor de laatste verteringsstap zorgen. De verteerde voeding wordt opgenomen en wat overblijft, is voeding voor de darmflora of afval.

Via het metabolisme wordt van de voeding energie gemaakt en de opgenomen bouwstenen worden omgebouwd tot lichaamseigen structuren.

Voeding verstoord ook tijdelijk de homeostase en zeker voeding met teveel calorieën en koolhydraten vraagt veel van de allostatische systemen ( zoals insuline ) en kunnen op de langere termijn zorgen voor problemen. Ook kan de voeding zogenaamde anti nutriënten (remmen de opname van andere voedingsstoffen) lectines en sapponinen ( maken de barrières stuk ) en immuun stimulerende stoffen ( lokken een immuunreactie uit) bevatten.

Voeding bevat zogenaamde macronutriënten en micronutriënten. Met macronutriënten worden koolhydraten, eiwitten en vetten bedoeld en de micronutriënten zijn de vitamines, mineralen, spoorelementen, bio flavonoïden en dergelijke.

Aanbeveling voedingscentrum
Eiwit:
“Gemiddeld hebben gezonde mensen per kilogram lichaamsgewicht 0,8 gram eiwit per dag nodig. Dat komt neer op zo’n 56 gram eiwit voor iemand van 70 kilo.

De richtlijn van de Gezondheidsraad is hierop gebaseerd. Gemiddeld moet volgens de Gezondheidsraad bij volwassenen ten minste zo’n 10% van alle calorieën afkomstig zijn uit eiwit. De precieze behoefte hangt af van het lichaamsgewicht, leeftijd en omstandigheden. Ook verschilt de behoefte van persoon tot persoon. De ene mens heeft immers meer spierweefsel dan de andere. Verder benut de een meer aminozuren uit eiwit in eten dan de ander. De meeste mensen eten zelfs meer eiwit dan nodig is. Dat heeft geen voor- of nadelen voor de gezondheid. Veel eiwit eten is wel slecht voor baby’s en mensen met nierproblemen.”

Koolhydraten:
“Volgens de Gezondheidsraad hebben we dagelijks minimaal een bepaalde hoeveelheid koolhydraten nodig. Als je te weinig koolhydraten binnenkrijgt, dan gebruikt het lichaam spiereiwit als energiebron. Dat wil je voorkomen, want dat gaat ten koste van je spieren. Bij volwassenen moet tussen 40 en 70% van alle calorieën uit koolhydraten komen, adviseert de Gezondheidsraad. Voor kinderen gelden iets andere getallen.”

Vetten:
“De Gezondheidsraad heeft vastgesteld hoeveel iedereen van de verschillende vetten binnen zou moeten krijgen. De geadviseerde hoeveelheden worden uitgedrukt in energieprocent. Dat wil zeggen: het aandeel in het aantal calorieën dat het eten levert.

Bijvoorbeeld: hooguit 10 energieprocent verzadigd vet betekent dat niet meer dan 10% van de calorieën afkomstig zou moeten zijn uit verzadigd vet. Er zijn voedingsnormen voor de verschillende typen vet en de hoeveelheid vet in totaal, “totaal vet”. De voedingsnorm voor totaal vet verschilt voor mensen met en mensen zonder neiging tot overgewicht.”

Overzicht voedingsnormen vet         
Totaal vet            20-40 energieprocent, bij neiging tot overgewicht
                              20-35 energieprocent
Verzadigd vet      minder dan 10 energieprocent
Transvet               minder dan 1 energieprocent
Linolzuur              2 energieprocent
Alfalinoleenzuur  1 energieprocent
n-3-vetzuren uit vis (EPA en/of DHA)    Vanaf 19 jaar: 0,45 gram per
                                                                     dag, dat is 450 mg
Meervoudig onverzadigd vet                  Minder dan 12 energieprocent

Op de aanbeveling van het voedingscentrum en dus van de gezondheidsraad is veel commentaar. We zullen dit bij de bespreking van de verschillende voedingspatronen naar voren laten komen. In de praktijk is het zo dat deze adviezen al amper gehaald worden. Het voedingscentrum zegt het zelf in een reclame, 80% weet het en 20% eet het. Als we bedenken dat het advies de minimale behoefte aan micronutriënten afdekt is het niet vreemd dat veel mensen ziekteverschijnselen hebben die mede te verklaren zijn uit een tekort.

Micronutriënten
Dit is het domein van de orthomoleculaire geneeskunde. Hier is de basisgedachte dat gezondheidsklachten ontstaan door tekorten aan vitamines, mineralen, spoorelementen en andere belangrijke stoffen die we met de voeding zouden moeten binnenkrijgen. Aan de andere kant worden deze stoffen gebruikt als therapie bij diverse klachten.

Een van de discussiepunten die voor deze nascholing interessant is gaat over de hoeveelheden van deze stoffen we nodig hebben en of we deze met de voeding wel voldoende binnen krijgen. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheden zijn bedoelt om geen gebreksziektes te krijgen maar zeggen niets over een optimale hoeveelheid en al helemaal niet over de individuele behoefte die afhangt van veel factoren waaronder leefstijl, aanwezige ziektes, blootstelling aan toxines etc.

Het evolutionaire paradigma
Wat is gezonde voeding voor de mens. Met deze vraag lopen veel wetenschappers rond. De standaard aanbevelingen lijken niet in staat te zijn geweest om de obesitas en daarbij behorende co morbiditeit te voorkomen. Is het wel zo slim geweest om vet te vervangen voor koolhydraten. Op het eerste gezicht logisch want vet bevat nu eenmaal veel calorieën.

1 gram vet levert 9 kcal
1 gram koolhydraten levert 4 kcal
1 gram eiwit levert 4 kcal
1 gram alcohol levert 7 kcal 
Toch is het niet zo’n simpele optelsom. Steeds meer onderzoek laat bv zien dat een dieet met minder vet en meer koolhydraten juist leidt tot meer gezondheids- en overgewichts- problemen zoals diabetes.     

Er is een levendige discussie gaande over deze problematiek. Hoe gaat het lichaam om met vet koolhydraat en eiwit is hier het belangrijkste onderwerp. Opvallend is dat de uitkomsten van onderzoek en aanbevelingen de logica van de fysiologie vaak naar de achtergrond hebben verschoven en dat juist de argumenten die voor de politiek en destijds geldende paradigma’s aantrekkelijk zijn extra benadrukt zijn. ( aanbevolen literatuur wordt later vermeld en bevat een aantal boeken die uitgebreid ingaan op deze discussie en problematiek)

Dus de vraag naar gezonde voeding voor de mens bleef onbeantwoord. Het idee om deze vraag vanuit de evolutie te beantwoorden was al wel eens geopperd maar het is het werk van Loren Cordain, Melvin Konner en S Boyd Eaton gepubliceerd in NEJM in 1985 die voor het eerst het Paleodieet als paradigma introduceerden. Niet bedoeld als dogma ( zoals het nu dreigt te worden ) maar als startpunt voor de discussie over wat nu gezond is. De artikelen zijn opgenomen in deze reader zodat je deze zelf kunt lezen.

Het is mede door hun werk dat de standaard aanbevelingen onder vuur zijn komen liggen en er en heel nieuw idee over gezonde voeding aan het ontstaan is. ( bedenkt dat nadat de wetenschap een idee aanvaard heeft het 17 jaar duurt voordat het in de praktijk toegepast gaat worden, een beetje zonde van de tijd als je op zoek bent naar gezondheid ).

Veel van de voedingsadviezen binnen de FM en kPNI zijn schatplichtig aan het werk van deze pioniers en er is nog steeds een ontwikkeling gaande.

De basisgedachte binnen het evolutionaire paradigma is ons voedingspatroon meer in overeenstemming moet komen met de voeding die biologisch, genetisch bij ons past. Dit is in ieder geval voeding die rechtstreeks uit de natuur komt. Als we kijken naar de diverse diëten van natuurvolkeren zien we grote verschillen in samenstelling. Van de Eskimo’s die een groot deel van het jaar voornamelijk dierlijk vet en eiwitten eten tot groepen veel meer plantaardig eten. Wat ze vooral niet eten is bewerkte geraffineerde voeding. Ook granen en peulvruchten worden daar weinig gegeten en als er zuivel wordt gebruikt is dat gefermenteerd zoals bij de Massai. Het werk van Cordain is vooral geweest het aantonen van de mogelijk negatieve effecten van recent ingevoerde voedingsmiddelen. Voor hem ligt de grens bij de introductie van de landbouw. Dat de landbouw een belangrijk omslagpunt is geweest met voor- maar ook veel nadelen is te lezen in het artikel van Jared Diamond dat is bijgevoegd.

Voeding in de praktijk
Het bovenstaande is vooral bedoeld om een beeld te krijgen van wat er in de wereld van de voeding speelt. Tijdens de cursus zullen we vooral ingaan op wat voor de osteopaat belangrijk is bij het begeleiden en adviseren van de patiënt. Dat voeding en de voedingstoestand van een patiënt heel belangrijk is wordt algemeen aanvaard. Bedenk dat een van de belangrijkste paradigam’a binnen de osteopathie, het optimaliseren van de circulatie een redelijk zinloze exercitie wordt als bloed te weinig of verkeerde voedingsstoffen bevat en het lichaam niet in staat is om de afgevoerde toxines te verwerken en ze weer terug komen in de circulatie. Een optimale voeding bevat alles wat het lichaam nodig heeft, bevat weinig toxische belasting en maakt detoxificatie mogelijk. Een slechte voedingstoestand maakt onze patiënten therapieresistent.

Op basis van eerder benoemde discussiepunten gaan we in deze nascholing op zoek naar een optimale voeding voor onze patiënt.

Deze cursus is een herhaling van de cursus van november 2015.


Publicatie: 10 december 2014