De rol van voedingssupplementen in de praktijk.

Om als osteopaat een optimale patiëntenzorg te kunnen bieden is het belangrijk om een goed beeld te hebben van wat de patiënt naast de osteopathie behandeling voor therapieën krijgt en wat voor aanvullende therapieën nuttig kunnen zijn.

Veel van onze patiënten gebruiken voedingssupplementen. De belangrijkste vragen die tijdens de nascholing besproken worden zijn:
- Maar werken deze ook?
- Worden ze op de juiste manier gebruikt?
- Zijn er betere alternatieven?
- En als er geen supplementen gebruikt worden is het dan verstandig om dat toch te gaan doen?
- En welke dan voor welke problemen?
- En hoe kun je met uitgebalanceerde voeding aan zo veel mogelijk voedingsstoffen komen waardoor je het gebruik van supplementen kunt minimaliseren?

Vaak is het goed mogelijk om als osteopaat je patiënt met adviezen over voeding en voedingssupplementen te begeleiden en daar waar het te ingewikkeld wordt de patiënt gericht door te verwijzen naar een gespecialiseerde behandelaar.

Deze nascholing over orthomoleculaire geneeskunde, het gebruik maken van voedingssupplementen om de gezondheid te bevorderen, biedt inzicht in de mogelijkheden voor de osteopaat om voedingssupplementen in te zetten als ondersteuning van de behandeling. Ook komt het gericht gebruiken van voedingsmiddelen die extra micronutriënten bevatten ter spraken. Dit concept wordt voeding als medicijn genoemd. De osteopaat heeft na deze studiedag voldoende inzicht om de patiënt goed te adviseren en of door te verwijzen.

De osteopaat leert de betekenis kennen van de belangrijkste simpel te adviseren voedingssupplementen/voedingsmiddelen die belangrijk zijn voor de algemene gezondheid en de voortgang van de ingezette osteopatische interventies. Een van de behandeldoelen binnen de osteopathie is het herstel van de circulatie. Als de nutriëntenstatus te laag is, is het effect van de interventie minder sterk. Voor herstel is voldoende energieproductie noodzakelijk, magnesium en de b -vitaminen spelen hier een belangrijke rol. Ontstekingsregulatie is afhankelijk van onder andere vitamine D, omega 3 en zink. Voor het herstel van de darm en spijsvertering zijn glutamine en probiotica vaak onmisbaar. Door dit als ondersteuning te gebruiken kan het behandelresultaat veel beter worden.

Binnen de Funcional Medicine (FM) en klinische Psycho-Neuro-Immunologie (kPNI) is het gebruik van voedingssupplementen en voedingsadviezen een belangrijk onderdeel van de behandeling. Steeds meer complementair werkende artsen en therapeuten, alsook meer en meer osteopaten, gebruiken dit om tot een completer behandelprotocol te komen.

Voedingssupplementen vallen juridisch onder voeding en zijn dus geen medicijn. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen medicinale werking van uit kan gaan. Het zijn stoffen die in principe in onze voeding terug te vinden zijn. In de praktijk is het slecht gesteld met de samenstelling van onze voeding waardoor de meeste mensen te weinig van deze micronutriënten binnen krijgen. De norm van het voedingscentrum, twee stuks fruit en twee ons groente wordt maar door 20% van de Nederlanders gehaald. “Tachtig procent weet het, twintig procent eet het” is de slogan die het voedingscentrum zelf gebruikt. En dat terwijl deze aanbeveling voor veel van de micronutriënten aan de ondergrens zit voor de gemiddelde gezonde mens. Voor het gezond houden van het lichaam zijn voldoende micronutriënten onmisbaar en een ziek lichaam heeft vaak een veel hogere behoefte aan deze stoffen. Ook is de micronutriënten dichtheid van onze voeding aan het veranderen.      

Dit maakt de noodzaak van het gebruik van voedingssupplementen of gerichte voeding steeds belangrijker, zeker ook bij de totale aanpak van de osteopaat.

PROGRAMMA:
- geschiedenis orthomoleculaire geneeskunde
- juridische status voedingssupplementen
- wetenschap en voedingssupplementen
- verschillende typen voedingssupplementen (vitamines, mineralen, aminozuren, enzymen, pre en probiotica, vetzuren, kruiden etc.), verschillen tussen organische en anorganische bindingen, links of rechtsdraaiende vormen, oxidanten en antioxidanten.
- basissuppletie (goed voor iedereen met inachtneming van leeftijd en leefstijl )
- suppletie gericht op specifieke gezondheidsproblemen (botten en gewrichten, hersenen, immuunsysteem, hart en vaat ziekten etc.)
- “quick wins” kruiden en complexmiddelen toe te passen bij specifieke klachten zoals “traumeel” bij kneuzingen, kurkuma bij artritis etc.
- contra-indicaties

Individuele supplementen die besproken worden:
Vit D, heeft eigenlijk de status van hormoon en wordt onder invloed van zonlicht gesynthetiseerd in de huid uit cholesterol. Omdat de hoeveelheid zon in Nederland en België onvoldoende is om voldoende vit d te maken voor de wintermaanden moet dit aangevuld worden uit de voeding. Dat deden we door het gebruiken van levertraan, het eten van lever en vet van dieren die veel buiten leven. Door de angst voor vet en orgaanvlees en het opraken van walvissen, de belangrijkste bron van levertraan is de inname via de voeding afgenomen en het tekort aan vitamine D toegenomen. Gezien het belang van vitamine D bij het reguleren van celgroei en het remmen van het immuunsysteem (kanker en auto-immuunziekten), bij de insuline productie, het voorkomen van sarcopenie bij ouderen en de opname van calcium uit de voeding (osteoporose) is het van groot belang om te zorgen voor voldoende vitamine d.

Vit K2 staat sterk in de belangstelling omdat het een belangrijke rol speelt bij het voorkomen van aderverkalking en osteoporose. Het zorgt ervoor dat calcium in de botten wordt ingebouwd. Het werkt in die zin samen met vitamine D en dient ook samen met vitamine d gegeven te worden bij elke verdenking van een tekort aan deze stof. Het is geen echte vitamine omdat het voor een groot deel in ons lichaam gemaakt zou moeten worden door onze darmbacteriën. Omdat hier bij veel mensen een zwakke plek zit  hebben ook veel mensen een tekort. Alleen in kaas en gefermenteerde groentes zit redelijk wat vitamine K2.        

Vit A is een belangrijk vet oplosbaar vitamine dat een rol speelt bij celdeling en cel communicatie. Door de angst voor toxiciteit die sterk overdreven is, is de inname verminderd. De belangrijkste bron is lever. B caroteen uit gekleurde groentes en fruit kan in het lichaam omgezet worden in vitamine A maar het vermogen om dit te kunnen is individueel sterk verschillend. Een belangrijk signaal van tekorten is nachtblindheid. Tijdens de zwangerschap is vitamine A erg belangrijk maar de angst voor overdosering ook groot waardoor er vaak een tekort dreigt.

Omega 3 ook visolie genoemd komt het meeste voor in vis maar ook in noten en zaden. De plantaardige vorm ALA moet nog wel omgezet worden in het bruikbare EPA en DHA. De vissen hebben dat al voor ons gedaan wat fijn is want mensen zijn hier niet goed in. In onze oorspronkelijke voeding zat veel meer omega 3 als nu wat vooral komt door het overmatige gebruik van plantaardige oliën en het steeds minder eten van vis. Een tekort maakt mensen ontstekingsgevoelig en kan de functie van hersenen en gedrag beïnvloeden.      

Choline is een essentiële stof die we in beperkte mate zelf kunnen maken en dus voor een groot deel uit de voeding moet komen. Het zit voornamelijk in vet en orgaanvlees, eieren en vis. Dit zijn voedingsmiddelen die we steeds minder zijn gaan eten. Alcohol en suiker ( fructose ) hebben een negatieve invloed. Choline is van belang voor een gezond celmembraan, is een onderdeel van sommige neurotransmitters en is een donor van methylgroepen die belangrijk zijn voor de regulatie van de genactiviteit. Tekorten kunnen leiden tot geheugen en concentratie verlies, leververvetting en ontstekingsgevoeligheid.        

Vitamine B12, B6 en Foliumzuur (B11) worden vaak samen beschreven. Ze zijn belangrijk voor een goede celdeling, vorming van rode bloedcellen en de werking van neurotransmitters. Vooral een B12 tekort komt vaker voor omdat de opname en transport van deze vitamine makkelijk verstoord kan worden door bv maagzuurremmers en spijsverteringsproblemen. Vitamine B 2, B3, B5, hebben veel functies, vooral bij de energieproductie in de citroenzuurcyclus en beta oxidatie (vetverbranding) spelen ze een grote rol.             

Vitamine C is een belangrijke vitamine die we met de voeding binnen moeten krijgen. Het is belangrijk voor de kwaliteit van bindweefsel, een tekort leidt tot scheurbuik een ziekte waarbij het bindweefsel zo slecht wordt dat het lichaam letterlijk uit elkaar valt. Tekorten hebben dan ook invloed op weefselherstel al komt scheurbuik nog maar zelden voor. Over de rol van vitamine C als antioxidant zijn de inzichten aan het veranderen. We zullen tijdens de nascholing uitgebreid ingaan op het fenomeen antioxidanten en hun betekenis.

Magnesium, Calcium, Natrium en Kalium. Dit zijn de belangrijkste mineralen. Ze zijn belangrijk voor celfunctie, activiteit van zenuwcellen, vorming van botten en tanden. Ze moeten in de juiste verhoudingen in onze voeding zitten.       

Selenium, Zink, Koper, Mangaan, Jodium, Molybdeen, IJzer zijn de belangrijkste spoor elementen. Ook hier is een goede verhouding belangrijk. Ze spelen een belangrijke rol bij de vorming van eiwitten, enzymen, genactiviteit. Zink heeft bijvoorbeeld zo’n 300 bekende functies.         

Coenzym Q10 en L Carnitine spelen een belangrijke rol bij de energieproductie. Q10 is vooral binnen de mitochodriale oxidatie belangrijkrijk terwijl L Carnitine zorgt voor het transport van vetzuren in de beta oxidatie.

L Glutamine, spijsverteringsenzymen en pre en pro –biotica zijn de belangrijkste supplementen voor darm en spijsversteringsklachten. Ook voor de regulering van het immuunsysteem vanuit de darm kunnen deze supplementen zinvol zijn.

Belangrijke fytotherapeutica zoals kurkuma, groene thee, gember etc. zijn belangrijk bij het reguleren van ontstekingsprocessen. Bij artritis bv heeft kurkuma na een paar dagen al een pijnstillend effect dat vergelijkbaar is met reguliere medicatie en dit zonder de vervelende bijwerkingen.            

Interacties met reguliere medicatie.
Van belang is om te zien dat sommige supplementen de werking van medicatie kunnen beïnvloeden, maar dat dit bij langdurig medicatie gebruik omgekeerd ook het geval is. Voor het ontgiften van medicatie zijn veel micronutriënten noodzakelijk en bv maagzuurremmers kunnen de opname van het belangrijke B12 verstoren. Hierdoor kunnen klachten en therapieresistentie ontstaan.       

De betekenis voor de praktijk centraal. We zullen dan ook steeds vanuit praktijkvoorbeelden naar deze stoffen gaan kijken.

Vooral bij de aanvang van de therapie kan het fijn zijn om de belangrijkste symptomen te kunnen aanpakken. Zo creëer je therapietrouw en daarmee tijd om de onderliggende problematiek aan te pakken. Er zijn door diverse merken combinatiemiddelen gemaakt die gericht werken op bestaande klachten en symptomen.

Om te voorkomen dat het te theoretisch wordt maken we een syllabus met de monografieën van de individuele stoffen.

 

Publicatie: 28 april 2015